July 8th, 2009

Dus die zang bestond al en jij hebt de muziek erbij gemaakt?
Regelmatig vraagt iemand me hoe een stuk muziek tot stand komt. Maar een standaard werkwijze heb ik niet, het hangt af van de aanleiding, het gewenste resultaat, mijn ‘state of mind’. En soms, zoals in het geval van mijn laatste track ‘Sooner or later’, speelt het toeval een rol.
Deze track was onder een andere titel al een tijdje een ‘work in progress’. Het zou een instrumentale track worden en ik was voor zo’n 70% klaar, maar er ontbrak iets. Gelukkig liet ik het wilde idee zelf een moppie te zingen snel varen en besloot ik te checken of op ccMixter.org een geschikte zangpartij stond. Al snel vond ik ‘Sooner or later’, gezongen door Christina Courtin, een song die eerder verscheen op een album van Trifonic. Het toeval wilde dat de stem prachtig in de muziek viel. Ik moest het tempo een tikkeltje bijstellen, de zangpartij op een paar punten ‘knippen en plakken’ en vervolgens nog best een paar uurtjes schaven aan de juiste sounds, noten, verhoudingen en effecten. Het bleek een ‘perfect fit’.

Tags: , ,
July 8th, 2009

Maar hoe doe je dat dan, die muziek maken?
Het centrum van mijn homestudio is mijn computer, sinds kort een iMac. Daarop draait Cubase 5, een Digital Audio Workstation (
DAW). Een DAW kun je vergelijken met een multitrackrecorder, waarmee je meerdere sporen naast elkaar kunt opnemen en afspelen. De verschillende partijen neem ik één voor één op; drums op track 1, bas op track 2, piano op 3, etc. Da’s wel een wat simplistische voorstelling, want in de praktijk verloopt het creatieve – en opnameproces nogal chaotisch.
Een DAW kent grofweg twee manieren waarop muziek kan worden vastgelegd. Allereerst als digitale audio; een zangpartij van een ander laad ik bijvoorbeeld in als mp3-bestand. Vervolgens kan ik daar van alles mee: knippen, plakken, tempo of toonhoogte aanpassen, etc.
Het andere formaat waarin ik muziek in mijn DAW kan vastleggen heet
MIDI, feitelijk slechts een protocol van eentjes en nulletjes dat er voor zorgt dat mijn DAW kan praten met mijn synthesizers. Als ik een toets aansla op mijn synth, vertelt mijn synth aan mijn DAW o.a. welke toon ik wanneer aansloeg, hoe hard, en wanneer ik hem weer los liet. Speel ik die data weer af, dan vertelt het DAW aan mijn synth welke toon hij moet laten horen, hoe hard en hoe lang. Ook hieraan kan ik nog van alles wijzigen; sla ik een keer de toets finaal mis? Geen nood, pas ik gewoon even de data aan (hoewel ook foutjes hun charme kunnen hebben).
In mijn DAW lopen audio en MIDI naast elkaar. Daardoor kan ik eenvoudig bestaande audio (zang, gitaar, samples, etc.) combineren met geluiden die ik uit mijn synthesizers tover.

July 8th, 2009

Welke instrumenten gebruik je?
Het begon ooit met een piano, later aangevuld met gitaar. Maar in mijn eerste bandje speelde ik elektrische piano (Rhodes) en elektrische gitaar. Mijn eerste synth, een Roland Juno 106, kreeg ik in 1984. De jaren daarop maakte ik kennis met drumcomputers en multitrackrecording. In 1989 ruilde ik de altsax, die mijn ouders voor mijn studie hadden aangeschaft, zonder overleg in voor een sampler. Het jaar daarop kocht ik mijn eerste computer, een Atari. De programma’s die ik gebruikte werkten met MIDI, maar nog niet met digitale audio. In 1996 stapte ik over op een PC. Op dat moment bestond mijn setup uit diverse hardware synthesizers en een sampler. Cubase evolueerde van sequencer naar Digital Audio Workstation en met de aanschaf van Cubase VST, eind 90-er jaren, kwamen virtuele instrumenten (VSTi) beschikbaar; software synthesizers, – samplers en – effecten. De afgelopen jaren gebruik ik steeds vaker virtuele instrumenten omdat ik er een hoop voordelen in zie. De meeste muziek die ik tegenwoordig maak, is volledig computerbased. Ook ‘Sooner or later’ is volledig binnen Cubase geproduceerd. Ik gebruik alleen nog het keyboard van een oude synthesizer voor het inspelen van partijen.

May 23rd, 2009


 foto: Tom Roelofs

Het zal rond 1985 geweest zijn, dat ik op het Conservatorium van mijn theoriedocent de opdracht kreeg een stukje ‘contrapunt‘ te schrijven. Of ik de opdracht naar wens had uitgevoerd kan ik me niet herinneren, maar het stukje is me om één of andere reden altijd bijgebleven.
Toen ik onlangs een vers aangeschaft virtueel instrument installeerde was het stukje dan ook snel uit het geheugen gevist en vertaald naar de klanken van dit technisch vernuft. Ben er dan deze week ook maar eens voor gaan zitten om het vast te leggen, enerzijds om de herinnering te bewaren, anderzijds als oefening om het nieuwe speeltje wat beter onder de knie te krijgen. Het resultaat: een viertal nepstrijkers, die er nooit in zullen slagen om echte te evenaren, maar wat mij betreft de illusie voldoende waarmaken. 

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

January 31st, 2009

Twee dagen geleden besteld bij een Duitse webshop en nu al in huis: vijf maal muziek uit een doosje. Na mijn Cubase (music production system) vorige maand te hebben geupdate was het nu tijd om eens flink te investeren in sounds. Maar welke ? Ondanks een aardig budget bleek dat nog een hele puzzel. Na een flinke serie demo-songs te hebben beluisterd en me af te vragen wat ik op dit moment het best kan gebruiken viel de keuze op vijf pakketten. Behalve misschien Rob Papen’s ‘Predator’ (waarvan de doos schreeuwt ‘inspiration soundware’ en ‘killer synth’) niet bepaald een progressieve keuze:
één virtuele drummer, twee gitaaremulaties en een grote doos vol symfonische klanken. En voordat de criticus nu roept ‘er gaats niet boven het origineel’ zal ik dat maar vast beamen. Tuurlijk maken deze doosjes mij geen gitarist, cellist of drummer. Maar soms is het scheppen van een illussie voldoende.
En zonder de boel geïnstalleerd te hebben staat één ding al vast. Ik ga me prima met deze geluidendoosjes vermaken. U hoort nog van mij!