Maar hoe doe je dat dan, die muziek maken?
Het centrum van mijn homestudio is mijn computer, sinds kort een iMac. Daarop draait Cubase 5, een Digital Audio Workstation (
DAW). Een DAW kun je vergelijken met een multitrackrecorder, waarmee je meerdere sporen naast elkaar kunt opnemen en afspelen. De verschillende partijen neem ik één voor één op; drums op track 1, bas op track 2, piano op 3, etc. Da’s wel een wat simplistische voorstelling, want in de praktijk verloopt het creatieve – en opnameproces nogal chaotisch.
Een DAW kent grofweg twee manieren waarop muziek kan worden vastgelegd. Allereerst als digitale audio; een zangpartij van een ander laad ik bijvoorbeeld in als mp3-bestand. Vervolgens kan ik daar van alles mee: knippen, plakken, tempo of toonhoogte aanpassen, etc.
Het andere formaat waarin ik muziek in mijn DAW kan vastleggen heet
MIDI, feitelijk slechts een protocol van eentjes en nulletjes dat er voor zorgt dat mijn DAW kan praten met mijn synthesizers. Als ik een toets aansla op mijn synth, vertelt mijn synth aan mijn DAW o.a. welke toon ik wanneer aansloeg, hoe hard, en wanneer ik hem weer los liet. Speel ik die data weer af, dan vertelt het DAW aan mijn synth welke toon hij moet laten horen, hoe hard en hoe lang. Ook hieraan kan ik nog van alles wijzigen; sla ik een keer de toets finaal mis? Geen nood, pas ik gewoon even de data aan (hoewel ook foutjes hun charme kunnen hebben).
In mijn DAW lopen audio en MIDI naast elkaar. Daardoor kan ik eenvoudig bestaande audio (zang, gitaar, samples, etc.) combineren met geluiden die ik uit mijn synthesizers tover.

 

Welke instrumenten gebruik je?
Het begon ooit met een piano, later aangevuld met gitaar. Maar in mijn eerste bandje speelde ik elektrische piano (Rhodes) en elektrische gitaar. Mijn eerste synth, een Roland Juno 106, kreeg ik in 1984. De jaren daarop maakte ik kennis met drumcomputers en multitrackrecording. In 1989 ruilde ik de altsax, die mijn ouders voor mijn studie hadden aangeschaft, zonder overleg in voor een sampler. Het jaar daarop kocht ik mijn eerste computer, een Atari. De programma’s die ik gebruikte werkten met MIDI, maar nog niet met digitale audio. In 1996 stapte ik over op een PC. Op dat moment bestond mijn setup uit diverse hardware synthesizers en een sampler. Cubase evolueerde van sequencer naar Digital Audio Workstation en met de aanschaf van Cubase VST, eind 90-er jaren, kwamen virtuele instrumenten (VSTi) beschikbaar; software synthesizers, – samplers en – effecten. De afgelopen jaren gebruik ik steeds vaker virtuele instrumenten omdat ik er een hoop voordelen in zie. De meeste muziek die ik tegenwoordig maak, is volledig computerbased. Ook ‘Sooner or later’ is volledig binnen Cubase geproduceerd. Ik gebruik alleen nog het keyboard van een oude synthesizer voor het inspelen van partijen.

© 2012 MUZIEK VOOR MEDIA Suffusion theme by Sayontan Sinha